1. Een toets wordt – bij afwezigheid van de leerling - zo spoedig mogelijk ingehaald tijdens het inhaalmoment. De leerling maakt een afspraak met de docent en deze afspraak staat in Magister. Indien de leerling niet aanwezig is tijdens het inhaalmoment zonder een geldige reden, dan wordt het cijfer 1 gegeven voor deze toets. Indien de toets niet aanwezig is tijdens het inhaalmoment, dan heeft de leerling de keuze om een andere afspraak te maken met de docent of om deze toets te laten vervallen.
  2. Bij de start van het schooljaar ontvangen de ouder(s)/verzorger(s) en de leerlingen van leerjaar 3 en van leerjaar 4 het PTA (programma toetsing en afsluiting) met alle belangrijke informatie over o.a. de toetsen.
  3. Voor iedere rapportperiode heeft de leerling van leerjaar een en twee minimaal een schriftelijke overhoring en een repetitie voor een éenuursvak en minimaal een schriftelijke overhoringen en twee repetities voor de overige vakken. Voor leerjaar drie en leerjaar vier geldt dat de leerling minimaal een toets heeft voor een eenuurs- of tweeuursvak en minimaal twee toetsen voor de overige vakken per PTA periode.
  4. Een toets is nagekeken binnen een week (vijf werkdagen). Een uitzondering op deze regel wordt gemaakt in het geval van ziekte of afwezigheid van de docent.
  5. Het aantal toetsen dat is toegestaan op één dag:
    Onderbouw: maximaal twee repetities of een repetitie en twee schriftelijke overhoringen
    Bovenbouw: maximaal drie toetsen.
  6. De toets wordt altijd besproken met of ingezien door de leerling.
  7. Het cijfer van de toets staan binnen een week (vijf werkdagen) in Magister. Een uitzondering op deze regel wordt gemaakt in het geval van ziekte of afwezigheid van de docent.
  8. De leerling heeft alleen toetsvrij na een vakantie (en niet na een lang weekend) en drie dagen voor een toetsweek.